Er was één moment waarop ik dacht, we gaan dit oprecht niet overleven.

Bijgewerkt op: 17 aug. 2020

Kanotrip deel 2 van 3


Na onze vlucht en busrit kwamen we aan het einde van dag aan op het basecamp. Een groot stuk land waar we de eerste en laatste nacht zouden verblijven. Het basecamp bestond uit een klein schattig hutje waar iedereen samen kon komen om te eten en spelletjes te spelen, er was een overdekte bbq plaats, kampvuur en wat sanitaire voorzieningen.


We kregen de tijd om even te acclimatiseren en na onze eerste nacht in de tent op nog "veilig terrein” kregen we na ons heerlijke ontbijt (warme broodjes met eieren en spek) een korte uitleg over de peddel techniek, hoe te koken op een Trangia setje (mini pannetje) en kregen we de landkaart, peddels, zwemvesten en alle overige benodigdheden overhandigd. Het was nu echt tijd om te vertrekken! Volgens een schema gingen we in hele kleine groepjes te water, ieder een ander tijdstip en andere vaarrichting zodat je écht volledig zelfstandig je tocht kon gaan afleggen. Best gek om op dat moment te beseffen dat je gewoon een volledige week écht buiten leeft zonder dak boven je hoofd. 


Tekst gaat verder onder de foto's


Dag 1

Ik denk dat het de zenuwen waren maar er kwam wat gekibbel kijken bij het inpakken van de spullen en inladen van de kano. Zenuwen, én het feit dat Tim en ik twee totaal verschillende types zijn. Tim is een man van de tijd, ik niet. Tim is een man van de planning, 3 keer raden, ik niet. Je begrijpt, zeker tijdens een trip als deze (waarbij je totaal in 5 dagen 100 kilometer moet kanoën en zo'n 16 kilometer moet hiken) kom je voor wat uitdagingen te staan. Ik had vooral de "go with the flow, het is tenslotte vakantie" vibe en Tim de "laten we zo snel mogelijk, zo veel mogelijk kilometers maken, dan komen we in ieder geval niet in de knoop met de tijd" vibe. Hier moesten we nog even een middenweg in zien te vinden gaandeweg.


Daar gingen we dan, vol goede moed en een beetje ongemakkelijk nog wel. Na een poosje peddelen werden we direct al geconfronteerd met ons optimisme en onervarenheid. Het begon te regenen en moesten snel aan land. Onze spullen waren niet bedekt en zelf droegen we ook geen regenkleding. Maar, hoe ga je aan land als er overal rotsen zijn en je geen idee hebt wat je aan het doen bent? Na wat stressvol gepeddel en geklungel op de rotsen zaten we er dan. Met onze blote, natte voeten, op een steen. Als een echt ANWB koppel met hele inboedel onder een tarp. De eerste gedachte was vooral, yes we made it! We zitten droog. Daarop volgde al snel de; oké maar hoe lang moeten we hier nu blijven zitten? Na een poosje onder het klamme zeil gezeten te hebben (en waar het zuurstofgehalte inmiddels was gedaald naar 0%) besloten we onze tocht voort te zetten (dit keer mét regenjas aan én tarp over onze tassen) en op zoek te gaan naar een mooie slaapplek.


We hoefden maar even te varen totdat we de perfecte spot gevonden hadden. Wat een fantastische plek was dat. We hebben snel onze tent opgezet en spullen drooggelegd. Genietend van het uitzicht maakten we al vroeg avondeten met ons kooksetje voordat het zou gaan regenen. Het cadeautje van de avond was toch wel het tandenpoetsen met dit geweldige uitzicht. Het miezerde zacht en er hing een enorme rust over het meer in de schemering.


Tekst gaat verder onder de foto's




Dag 2

Na een spannende en nog onwennige eerste nacht in de natuur zijn we vertrokken richting het autokerkhof. Een indrukwekkende plek op de route die werd aangegeven als must see. Honderden auto’s liggen daar opgestapeld, overgenomen door de natuur. Na een wandeling door dit bizarre gebied, begonnen we aan een grote oversteek naar de andere kant van het meer (5 km). Niet wetende dat dit nog wel eens het spannendste en gevaarlijkste onderdeel van onze trip zou gaan worden...



Een stevige wind stond er wel, maar kijkend naar het water en de golven leek het zeker manage-able. Dit kunnen wij wel, dachten we nog. Enthousiast begonnen we aan onze oversteek die in totaal zo’n 2 uur duurde. Na een half uur peddelen merkten we dat de wind steeds meer toe begon te nemen en dat de golven steeds heftiger werden (door het open meer had de wind namelijk de mogelijkheid om snelheid te maken). We peddelden vol goede moed door, maar halverwege de oversteek sloeg de paniek écht toe. De golven waren heel erg hoog en de tegenwind heel sterk. Stoppen met peddelen om even uit te rusten was geen optie omdat we dan zouden omslaan. Als twee robots peddelden we stug door en riepen we alleen maar naar elkaar “LINKS, LINKS LINKS, NU RECHTS, TIM NU RECHTS”. Dit was overigens geen gevecht met woorden maar juist een hele prettige samenwerking op dat moment. De adrenaline en overlevingsdrang had bij beide de overhand en zorgde voor een super effectieve en duidelijke sturing van ons ten ondergaande minischip. Op dat moment dachten we beide dat er een hele reële kans was dat we om zouden slaan en zouden verdrinken. We hadden geen fluitje of rooksignaal en een telefoon en water gaat ook niet zo goed samen. Samenwerken en duidelijke communicatie was nodig en bood ons houvast.

Goed, er was dus geen tijd voor ge-emmer en ge-ei. Er moest gepeddeld worden, en hard! Zodat we heelhuids zo snel mogelijk aan land konden gaan. Na heel wat stress en angstzweet was er gelukkig land in zicht. Een klein strandje (dat later totaal niet op de route bleek te liggen) was de perfecte plek om zo snel mogelijk aan land te kunnen en uit te rusten totdat de wind zou gaan liggen. Één ding werd toen heel snel duidelijk. Regen was écht geen vijand, dat was peanuts. Wind. Wind en onweer, dat zijn weersomstandigheden die je liever niet hebt tijdens je kanotocht.

Eenmaal aan land bekeken we de lokale weersverwachting in de app. De wind zou helaas niet gaan liggen maar alleen maar erger worden en daarnaast ook nog een ongunstige richting aannemen. We moesten hier minstens tot de volgende ochtend 05:00 uur blijven. Volledig beduusd en overweldigd door de angst en stress besloten we onze tent maar op te zetten en het beste ervan te maken. Tim had het even gehad en ik focuste me op het maken van een kampvuur (wat ik nog nooit eerder had gedaan en super leuk bleek te vinden!!). Boven mijn kampvuur maakte ik wat eten (lees: superranzige halfgare knakworsten waarvan we beide misselijk werden, haha). Wat ik vooral tegen mezelf en Tim zei was dat dit alles even heel erg spannend was, maar dat dit ook het avontuur is wat we zo graag wilden.


We checkten de route en de weersverwachting nog even en genoten van het uitzicht voordat we gingen slapen. Door alle stress vergaten we bijna hoe sick het was dat we op een privé strandje in Zweden gingen overnachten. Wanneer maak je dat nou mee?


Tekst gaat verder onder de foto's




Dag 3

Ik moet je eerlijk bekennen dat ik (en Tim trouwens ook) een lichte angst had ontwikkeld voor het water. Weer die kano instappen en de golven trotseren voelde echt als het tekenen van mijn doodvonnis. Maar hé, opgeven was ook geen optie. Het was bijna 05:00 uur in de ochtend wanneer we in de wind en miezerende regen onze slaapzak oprolden (zo’n kut klus die je altijd 100 keer over moet doen maar ik moet je zeggen dat het steeds makkelijker ging) en onze spullen inpakten. We zagen er flink tegenop, weer te water gaan. De wind was namelijk even sterk als op het moment dat we op het strandje aankwamen. In de tussentijd was het alleen een stuk harder gaan waaien en hadden wij tijd nodig om bij te komen. We namen een energy reep als ontbijt en waren klaar om te vertrekken.


Tekst gaat verder onder de foto.


Goed, we waren vertrokken. Het eerste uur stond er nog een flinke wind omdat we ons nog op open water bevonden, maar na ongeveer anderhalf uur peddelen werd langzaam maar zeker het water steeds rustiger. We zaten zo vroeg in de boot dat we de zon op zagen komen. Jeetje wat was dat mooi! Ik denk dat het ook dubbel zo mooi was omdat we ons weer een beetje comfortabel op het water voelden. De zon kwam op, het water was rustig en het gevaar geweken.


Tekst gaat verder onder de foto.


Na al flink wat km's gemaakt te hebben, kwamen we aan bij ons eerste landtransport. Een verschrikkelijk zware maar korte route. Met onze kano, rugzakken en tal van andere meuk, moesten we in totaal 1 kilometer hiken. Waarschijnlijk denk je, ''oh, 1 kilometertje maar", haha dat dachten wij ook... Bergopwaarts met een loeizware kano volgeladen met spullen (mocht eigenlijk niet van de reisorganisatie i.v.m. de zwakke wieltjes waar de kano in het midden op balanceerde, maar hé, je bent badass of je bent het niet) over een ruig en modderig pad. Aan het einde van dit pad moesten we onze kano via een helling door de bossen naar beneden tillen om vervolgens daar weer te water te gaan. Er volgde later die ochtend nóg een landtransport, deze was gelukkig een stuk fijner omdat dit via een verharde weg was.


Tekst gaat verder onder de foto's.


De schrik van de dag ervoor en het gevoel achter op schema te liggen zorgden ervoor dat we die dag beestachtig veel kilometers gemaakt hebben. We hadden die dag opgedeeld in twee delen. Om 5 uur opstaan zodat we van het strandje weg konden gaan en even flink wat meters konden maken op het water en het land, en in de middag nog wat km's afleggen en een fijne slaapplek vinden. Tussen deze twee dagdelen hadden we een uitgebreide lunch gepland. Het zou namelijk gaan onweren en om dan op het water te zitten was alles behalve verstandig. We namen lekker de tijd om te eten. We hadden stoeltjes, oplos cappuccino en bakten eieren en spek in ons mini pannetje. Toen we alles goed en wel achter ons kiezen hadden begon het te onweren. En niet zo'n beetje ook. Ik ben niet echt een fan van onweer (lees: trekt thuis alle stekkers uit apparatuur, want bang voor inslag) en zéker niet wanneer Tim, terwijl we voor de regen schuilen onder onze tarp, je doodleuk verteld dat er mensen zijn die méérdere keren door de bliksem geraakt zijn en littekens in de vorm van vertakkingen over hun lichaam hebben, met ondertussen het enorme gedonder van de onweer op de achtergrond. Besef, dit geluid was echt héél indrukwekkend omdat het door de bergen heen echode.


Even later op het water, toen we dachten dat de onweer inmiddels weer voorbij was, begon het weer te donderen. Je begrijpt, zeker na al deze sensationele verhalen van Tim over blikseminslag, ik wilde aan land. Na het horen van het eerste beste dondertje kreeg ik het op m'n heupen. Volledig in paniek spoorde ik Tim aan harder te peddelen en snel aan land te gaan voordat we door de bliksem geroosterd zouden worden. Dit resulteerde in een hoop gehaast waardoor Tim bij het uitstappen (op een heel lastige plek met hoge rotsen) uitgleed en een flink stuk het water inzakte en tot zijn middel in het ijskoude water zakte. Op dit punt kwamen we wat groepsgenoten tegen die via de tegengestelde richting in vaarden. Dit betekende dat we op de helft waren van ons avontuur.


Dit is het einde van deel 2. Het laatste deel van mijn verhaal lees je in mijn volgende blogpost.



75 weergaven0 opmerkingen